“Welke therapiehond is ideaal?”, is een vraag die wij geregeld krijgen.
Wij vonden het daarom tijd voor een artikel. Wellicht biedt dit handvatten voor een ieder die met bovenstaande vraag rondloopt.
We merken echter dat we het ook moeilijk vinden. Het is spannend om de ‘geschiktheid’ zwart op wit te zetten, omdat het van zoveel factoren afhankelijk is. Daarom proberen we jullie in dit artikel mee te nemen in verschillende aspecten die van invloed zijn op het plezierig uitvoeren van AAT- activiteiten.
En bovenal hopen we hiermee een stem te geven aan honden.
Honden die een realistische en eerlijke benadering verdienen in hun ontwikkeling en eventuele werk.

Allereerst:
Wat is AAT?
AAT is een onderdeel van AAI.
En AAI heeft alles met dieren te maken. En dat klinkt dan direct als een grapje natuurlijk.
Maar AAI staat voor “Animal Assisted Interventions” oftewel: de inzet van dieren in zorg, onderwijs en welzijn.
Daar vallen alle vormen van werken met behulp van dieren onder, zoals: bezoekdieren in revalidatieklinieken, de afdelingskat in een ouderenhuis, hulphondenopleidingen, boerderijdierenbezoek op de kinderafdeling van een ziekenhuis, coachen met dieren,
én dierondersteunde therapie, oftewel AAT: Animal Assisted Therapy.
Wat zoveel betekent als “de inzet van dieren in therapeutische behandelingen” (gesprekstherapie, lichaamsgericht werken, fysiotherapeutisch werk, etc.).

Dit artikel zal verder ingaan op de hond als ondersteunende factor in dit werk.
Voordat we daadwerkelijk aankomen bij de vraag: “Welke hond is geschikt voor AAT?” weerleggen we graag nog enkele misverstanden.

De terminologie.
De AAT-hond of Therapiehond bestaat eigenlijk niet.
Immers: de hond is ondersteunend bij de therapie, behandeling of begeleiding aanwezig en is niet de therapeut, behandelaar of coach. En daarin verscholen ligt ook direct een heel belangrijk punt, namelijk: de hond mag nooit of te nimmer verantwoordelijk worden gehouden of gemaakt voor een proces wat in mensenhanden hoort.
De coach/therapeut/behandelaar bepaalt doelen, setting en behandeling en bewaakt te allen tijde het welzijn van de hond. De hond heeft slechts een assisterende rol. En daar komt het tweede belangrijke punt bij kijken: je kunt dit werk alleen doen als je bent opgeleid als professional.

Collega?
Je hond is je collega in het werk, maar eigenlijk legt deze term nog teveel druk op en verantwoordelijkheid bij de hond. Je hond heeft immers geen zelfbeschikkingsrecht of zeggenschap over het werk. Er is, in die zin, geen sprake van een gelijkwaardige werkrelatie. AAT doet daarmee een nadrukkelijk beroep op jou als professional, hondenkenner, geleider en bewaker van je eigen hond én vraagt een groot besef op ethische vraagstukken.
Vanuit de wetenschap dat de hond een autonoom wezen is, met een intelligent brein en in staat is tot het voelen van diverse emoties, komen de volgende vragen boven drijven:
In hoeverre mogen wij de hond ‘inzetten’? Mag en kan jouw hond laten weten wat hij wil? In hoeverre kun jij dit voldoende lezen en daar gehoor aan geven? Hoe serieus neem jij je hond? Wat doe je als je merkt dat je hond het, tijdens een sessie, niet meer prettig vindt?

Wat vragen we van de hond?
Animal Assisted Therapy is geen sinecure. Het vergt van de professional deskundigheid, ervaring in zijn vak. Kennis en kunde op gebied van mens en hond én het vermogen een dubbele focus te creëren op de cliënt/patiënt én op de hond.
Het vergt van de hond rust, zelfbeheersing, vertrouwen in mensen en in het bijzonder in de geleider en… een enorme berg incasseringsvermogen.
En ook van de hond wordt een dubbele focus gevraagd. Hij werkt namelijk met de professional samen, maar er is nog een mens van betekenis in de ruimte tijdens een sessie en juist die persoon neemt vaak de nodige prikkels in de vorm van emoties mee. Daarnaast vraagt een professional de hond regelmatig zich tot de cliënt/patiënt te richten en verhouden.

Wat heeft de hond daarvoor nodig?
De hond heeft jou nodig! Jij bent verantwoordelijk voor zijn welbevinden, voor het bewaken van zijn psychische en fysieke grenzen. Je werkt binnen die grenzen en waar nodig kun je tijdig situaties ombuigen of zelfs beëindigen. Dit vergt bovengemiddelde kennis van de hondentaal in het algemeen en een feilloze kennis van en afstemming met je eigen hond!

Welke hond is dan geschikt?
Laten we het maar direct duidelijk aangeven: geen enkele hond is perfect geschikt voor AAT. Gelukkig maar, want uniformiteit zou impliceren dat honden robots zijn!
Jullie zijn als team zo sterk als de zwakste schakel. Je kunt een fantastische hond hebben met een geschikt karakter, maar op het moment dat je jouw hond niet goed begeleid tijdens het werk kan hij dusdanig negatieve ervaringen opdoen dat hij weerstand ontwikkelt of latent wordt.
Een aantal factoren van betekenis zijn: een open karakter, niet eenkennig zijn, niet onder de indruk raken van “aparte” mensen en hun gedragingen, dan wel bewegingen, (dus) niet te prikkelgevoelig- zowel op geluid, beweging als emoties, graag willen communiceren met mensen, en uiteraard: een gezond lijf dat vrij is van ongemakken en pijn.
Daarnaast is je werk specificeren een erg belangrijk aspect. Wat is je doelgroep, wie zijn je cliënten/patiënten? Er is grote diversiteit in het werken met kinderen of ouderen, in het werken met fysiek beperkte mensen of het werken met mensen met een mentale stoornis. Iedere doelgroep vereist andere karaktereigenschappen om het werk prettig uit te kunnen voeren. Het is niet realistisch om uit te gaan van Animal Assisted Therapy in brede zin. Specialiseer je. Voor jezelf, maar ook zeker voor de hond.

In welke rassen zie je deze eigenschappen terug?
Dat is een hele lastige vraag. Want, in hoeverre zijn er rassen uit te sluiten is net zo’n vraag als: welke zijn geschikt? Je kunt spreken over werkrassen, over rassen die gefokt zijn ten bate van intens contact met mensen, maar daarmee kun je nog steeds niet spreken van geschikte rassen voor AAT. Je zou er net zoveel honden tekort mee doen als dat je teveel rassen geschikte eigenschappen toebedeeld.

Welke karakters lenen zich voor dit werk?
Je zoekt een hond waarbij je zijn intrinsieke motivatie niet aantast door met hem dit werk uit te voeren. En daar wringt direct ook de schoen, want: “Hoe weet je dat?”
Dat kun je weten als je jouw hond feilloos leert kennen. Dit is iets wat groeit in het contact tussen jou en de pup vanaf jullie start. Het maakt tevens dat er geen voorspelling te doen is of de pup zal uitgroeien tot een geschikte hond. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd: de geschikte hond wordt niet geboren, maar ontwikkelt zich samen met jou.

Jouw keuze.
Omdat de hond met jóu gaat samenwerken is de allereerste (en meest belangrijke) vraag: welk ras en vooral welke hond past het beste bij jou (en eventueel je partner/gezin)?
Ken jezelf en jouw kwaliteiten en valkuilen en kies een ras wat daarbij past. Het is tenslotte vooral jouw huishond die af en toe mee gaat werken. Hoe prettiger jullie samenleven, des te prettiger jullie kunnen samenwerken.

Opvoeding.
Bouw met je gekozen hond eerst een stabiele basis op.
Met de wereld in het algemeen en specifiek met jou als zijn geleider. Dit betekent dat je jouw hond begeleidt bij zijn ontwikkeling die door de angstfases en de puberteit heen loopt, zodat de wereld ervaren kan worden als een veilige plek om te zijn.
Mocht je in deze fases (per ongeluk), tijdens werk gerelateerde situaties in drukte, stress of heftige emoties belanden, dan heeft de hond zijn eerst negatieve werkervaringen meegekregen.
Het brein van een jonge hond heeft tijd en ruimte nodig voor zijn eigen ontwikkeling. Laat je hond vooral eerst volledig opgroeien. Socialiseer voldoende, maar met mate. Wij horen nog weleens verhalen van bovenmatige activiteiten op jonge leeftijd bij potentiële ondersteunende honden, want: “het is heel belangrijk dat m’n hond straks álles aankan!”.
Investeer niet in mogelijk werk, investeer in je hond!
Train basisvaardigheden en ga vooral fijne en leuke dingen doen met je hond op een goede hondenschool die op basis van respect jou handvatten aanreikt voor het trainen en opvoeden van je hond. Voed je hond op tot gezinshond en pas als hij ertoe in staat is kun je vragen of hij het leuk vindt om mee te gaan werken.

En wat nou als het niet lukt?
En dan kan het, na alle opvoeding en training, zomaar eens zo zijn dat het werk niet geschikt is voor je hond! Omdat het te (in-) spannend is bijvoorbeeld. Of omdat je hond niet gezond genoeg blijkt. Of omdat je hond het helemaal niet leuk vindt om in contact te komen met je cliënten/patiënten. Of,….
Da’s een dobber!
Wees eerlijk naar jezelf en vooral je hond als blijkt dat het beoogde werk niets voor hem blijkt te zijn. Heeft je hond zich ontwikkeld als een voorzichtige of verlegen hond of kan je hond minder goed de prikkels verwerken die hij opdoet tijdens werkzaamheden? Wees een wijs mens en stop. Stop met het uitbouwen van je AAT-werkzaamheden met deze hond en ga samen genieten van activiteiten die je hond wél leuk vindt.

Dus, waar vind je nu precies die ideale hond voor je werk?
Bestaat er een juist ras? Nee. Bestaat de ideale hond voor AAT? Nee.
Vraag jezelf allereerst af: welk soort hond past bij mij? Neem daarna alle aspecten zoals hier beschreven in ogenschouw en ga aan de slag. Zoek een hond die past bij jou, biedt hem de best mogelijke basis en ga, als de hond helemaal rijp is, naar de volgende stap: samen in opleiding als AAT-team.
En… vergeet vooral niet te genieten. Het gaat immers niet om het product (je einddoel), maar om het proces wat jullie samen doorlopen!

Auteurs:
Jelien Lammers (Boel Bewust) en Jennifer de Jongh (Hulphonden voor Autisme).

Aanbevolen literatuur:

“Een hondenleven lang fysiek en mentaal in balans”- deel 1 en 2. Martine Burgers en Sam Turner

“Teaming with your Therapy Dog” Ann R. Howie

Dit artikel is geschreven door Jelien Lammers en Jennifer de Jongh. Overname zonder toestemming van beiden is niet toegestaan. Delen van deze link via social media wordt gewaardeerd!