Een dagelijkse kluif heb ik aan het weerleggen van de zogenaamde dominantietheorie. Bij mensen die
voorheen al honden hadden en nog uit het “ruk, snuk,- en omlegtijdperk” komen, is het vaak een
grote omslag. Maar mijn ervaring is ook dat als je duidelijk uitlegt wat de
inzichten zijn sinds jaren, het voor veel mensen niet zo moeilijk is om anders om te gaan met hun honden. Een moeilijker en
hardnekkiger punt vindt ik de visie op andere dieren in het algemeen en honden in
het bijzonder. En die visie sijpelt ongemerkt overal doorheen.

“Ze moeten maar gewoon luisteren”,
“Ik vind alles prima, maar hij moet niet denken dat ie,..”,
“Onze hond krijgt echt pas eten na ons hoor, anders zou ie weleens kunnen
denken,…” “Mijn hond springt tegen me aan, hij wil me
beheersen”, “Hoger zitten dan ik? Echt niet, hij moet zijn plaats
weten: op de grond dus!”, ” ‘t Is maar gewoon een hond hoor”, “Mijn pup gromt als ie speelt, hij is dus
dominant”,… enzovoorts, enzovoorts,…

Het gaat me in de voorbeelden niet eens zozeer om de inhoud,
maar meer om de irritatie, boosheid, maar vooral angst die hierin doorklinkt.
De angst dat de hond “de boel
overneemt, gaat controleren” en daarmee de macht over de mens en zijn
situatie krijgt.

Is het misschien projectie? Wij mensen , zeker in de
Westerse maatschappij, zijn altijd “on the run”, we willen een topbaan
en dito salaris, de perfecte echtgenoot, brave kinderen, mooie huizen, op
vakantie, een lekkere auto. We werken daar hard voor en aan en doen dit onder
grote druk en op kleine oppervlakten met veel mensen tegelijk. Als ik mezelf en anderen zie rennen doemt
nogal eens het beeld op van de willekeurig geplaatste wolvenpopulaties die in
te kleine leefgebieden werden geplaatst, met als gevolg: agressie en verdeel,- en
heersgedrag.
Ditzelfde gedrag werd
onderzocht en de zeer hardnekkige dominantietheorie was geboren.

Gaan wij mensen door dezelfde omstandigheden wellicht ten
onder aan dezelfde gedragingen als de in gevangenschap levende wolven? Ook
bij de mens krijgen individueel hard bevochten rechten inmiddels voorrang op
collectieve belangen.

Is de hardnekkige visie op het overheersende gedrag van de
hond eigenlijk een symptoom van iets anders?
De hond is een harmonisch wezen, is in de kern graag samen met
soortgenoten en zijn grote vriend: de mens. Wij zijn dat inmiddels veel minder. Harmonie vergt o.a. geduld, empathie, introspectie, durven wachten
en delen en daar zijn wij mensen niet meer zo goed in.

Zou het zo kunnen zijn dat de angst voor de overheersing van
de hond eigenlijk een confrontatie met onszelf is. Zou het kunnen dat de hond
iets van ons vraagt dat wij niet meer zo goed kunnen: vriendschappelijk samenleven?

Zijn wij daar inmiddels niet gewoon te dominant voor
geworden?